Hoofdstuk 3: Gelijkstroom

Dit hoofdstuk behandelt de fundamentele begrippen van elektriciteit: stroom, spanning, weerstand en vermogen. Deze concepten vormen de basis voor alle volgende hoofdstukken.

1. Wat is elektrische stroom?

Atomen en elektronen

Alle stoffen bestaan uit atomen. Een atoom bevat:

Een atoom is normaal gesproken elektrisch neutraal: evenveel protonen als elektronen. Als er elektronen worden toegevoegd of weggehaald, ontstaat een ion (geladen deeltje).

Belangrijke regel: Gelijksoortige ladingen stoten elkaar af, tegengestelde ladingen trekken elkaar aan.

Geleiders en isolatoren

Type Eigenschap Voorbeelden
Geleider Elektronen bewegen gemakkelijk Alle metalen (koper, zilver, aluminium)
Isolator Elektronen bewegen moeilijk Glas, rubber, kunststof, porselein

Elektrische stroom is de verplaatsing van elektronen door een geleider. Dit gebeurt wanneer er een verschil in lading bestaat tussen twee punten.

2. Spanning, stroom en weerstand

De drie grootheden

Grootheid Symbool Eenheid Betekenis
Spanning U volt (V) Potentiaalverschil; de "druk" die elektronen voortduwt
Stroom I ampere (A) Hoeveelheid lading die per seconde stroomt
Weerstand R ohm (Ω) De mate waarin stroom wordt tegengehouden
Spanning meet je altijd tussen twee punten, net als hoogteverschil. Een vogel op een hoogspanningsdraad overleeft omdat het spanningsverschil tussen zijn pootjes verwaarloosbaar is.

Stroomrichting

Er zijn twee conventies:

In de praktijk gebruiken we vrijwel altijd de technische stroomrichting.

De wet van Ohm

Examenstof! De wet van Ohm is fundamenteel en komt regelmatig terug.
U = I × R

Spanning = Stroom × Weerstand

Afgeleid:

I = U / R      (stroom uit spanning en weerstand)
R = U / I      (weerstand uit spanning en stroom)
Driehoekstruc: Schrijf U, I en R in een driehoek (U bovenaan, I×R eronder). Bedek de grootheid die je zoekt:

Soortelijke weerstand

De weerstand van een geleider hangt af van:

R = ρ × (l / A)

waarbij ρ (rho) de soortelijke weerstand is in Ω·m.

Materiaal ρ in Ω·m Opmerking
Zilver 0,016×10-6 Beste geleider
Koper 0,017×10-6 Meest gebruikt
Aluminium 0,026×10-6 Licht, voor hoogspanningsleidingen
IJzer 0,10×10-6
Constantaan 0,49×10-6 Weinig temperatuurafhankelijk

3. Energie, vermogen en dissipatie

Energie en vermogen

Energie (symbool W) is het vermogen om arbeid te verrichten. Eenheid: joule (J).

Vermogen (symbool P) is energie per tijdseenheid. Eenheid: watt (W).

W = P × t

Energie = Vermogen × tijd

Omrekening: 1 kWh = 3,6 MJ (kilowattuur naar joule)

Elektrisch vermogen

Examenstof! Ken deze vermogensformules uit je hoofd.
P = U × I

Vermogen = Spanning × Stroom

Met de wet van Ohm kun je ook schrijven:

P = I2 × R      (als je I en R kent)

P = U2 / R      (als je U en R kent)

Dissipatie

Dissipatie is het omzetten van elektrische energie in warmte. Een weerstand waar stroom doorheen loopt wordt warm - dit is gedissipeerd vermogen. Het woord "dissiperen" mag je vervangen door "verbruiken".

4. Meten van spanning, stroom en weerstand

Schemasymbolen

In schema's worden standaardsymbolen gebruikt. Een weerstand wordt weergegeven als een rechthoek of zigzaglijn. De waarde kan in het symbool staan, waarbij de komma wordt vervangen door een letter:

Meetinstrumenten

Meting Meter Aansluiting Inwendige weerstand
Spanning Voltmeter Over de schakeling (parallel) Zeer hoog
Stroom Ampèremeter In de schakeling (serie) Zeer laag
Weerstand Ohmmeter Over de losse weerstand n.v.t.
Waarom die eisen aan inwendige weerstand? Basisprincipe: de meting mag het meetresultaat niet te veel beïnvloeden.

Let op: Een weerstand die in een schakeling zit kun je niet zomaar meten - de ohmmeter "ziet" dan ook de andere weerstanden in de schakeling. Haal de weerstand eerst los!

5. Uitvoeringsvormen van weerstanden

Soorten vaste weerstanden

Kleurcode

Examenstof! De kleurcode moet je kennen!

Weerstanden hebben gekleurde ringen die de waarde aangeven. Bij het 4-ringensysteem:

Kleur Cijfer (ring 1&2) Factor (ring 3) Tolerantie (ring 4)
Zwart0×1-
Bruin1×10±1%
Rood2×100±2%
Oranje3×1000-
Geel4×10 000-
Groen5×100 000±0,5%
Blauw6×1 000 000-
Violet7--
Grijs8--
Wit9--
Zilver--±10%
Goud--±5%
Ezelsbruggetje: "Zij Brengt Rozen Op Gerrits Graf Bij Vies Grijs Weer"
Zwart-Bruin-Rood-Oranje-Geel-Groen-Blauw-Violet-Grijs-Wit = 0-1-2-3-4-5-6-7-8-9

Voorbeeld: Bruin-Grijs-Rood-Zilver = 1-8-×100-±10% = 1800 Ω ±10% = 1,8 kΩ

6. Schakelen van weerstanden

Wetten van Kirchhoff

Examenstof! Deze behoudswetten zijn fundamenteel.

Eerste wet (stroomwet): De som van alle stromen naar een knooppunt is gelijk aan de som van alle stromen die het knooppunt verlaten. Oftewel: stroom gaat niet verloren.

Iin = Iuit
(of: I1 + I2 + ... = 0 als je richting meetelt)

Tweede wet (spanningswet): De som van alle spanningen in een gesloten kring is nul. Oftewel: spanning die de bron levert wordt volledig "verbruikt" over de weerstanden.

Serieschakeling

Weerstanden in serie staan achter elkaar (kop-staart).

Rtot = R1 + R2 + R3 + ...
Kenmerken serieschakeling:

Spanningsdeler

Een serieschakeling van weerstanden werkt als spanningsdeler: de spanning wordt verdeeld over de weerstanden, evenredig met hun waarde. Over de grootste weerstand staat de grootste spanning.

Een potentiometer is een variabele spanningsdeler met een schuifcontact.

Parallelschakeling

Weerstanden staan parallel als ze dezelfde aansluitpunten hebben.

1/Rtot = 1/R1 + 1/R2 + 1/R3 + ...

Voor twee parallelweerstanden geldt de handige formule:

Rtot = (R1 × R2) / (R1 + R2)
Kenmerken parallelschakeling:

Combinatieschakelingen

Bij gecombineerde serie- en parallelschakelingen werk je stap voor stap van achter naar voren:

  1. Identificeer serie- en parallelstukken
  2. Bereken vervangingsweerstanden van de kleinste groepjes
  3. Werk zo naar buiten toe totdat je één vervangingsweerstand hebt

7. Spanningsbronnen

Ideale vs. niet-ideale bron

Ideale bron Niet-ideale (echte) bron
Inwendige weerstand 0 Ω Ri > 0
Klemspanning bij belasting Constant (= bronspanning) Daalt bij hogere stroom
Kortsluitstroom Oneindig Beperkt door Ri

EMK en klemspanning

Uklem = EMK - (I × Ri)

Voorbeeld: Een batterij met EMK = 4,5 V en Ri = 1 Ω levert 0,5 A. De klemspanning is: 4,5 - (0,5 × 1) = 4,0 V

Maximaal vermogen

Examenstof! Dit principe is belangrijk bij zenders en antennes.

Een niet-ideale bron levert het maximale vermogen aan een belasting wanneer:

Rbelasting = Rinwendig

Dit is het principe achter het aanpassen van een zender aan een antenne!

Schakelen van spanningsbronnen

Serieschakeling:

Parallelschakeling:

Schakelaar terminologie

Batterijcapaciteit

De capaciteit van een batterij wordt uitgedrukt in Ah (ampere-uur) of mAh.

Let op: Batterijcapaciteit (Ah) is niet hetzelfde als energie (Wh of J)! Om de energie te krijgen, vermenigvuldig je capaciteit met spanning: Energie = Capaciteit × Spanning.

Samenvatting kernpunten

Onthoud voor het examen: