Hoofdstuk 9: Versterkerschakelingen

Dit hoofdstuk behandelt hoe versterkende elementen worden ingesteld, hoe meerdere versterkertrappen aan elkaar worden gekoppeld, welke condensatoren daarbij worden gebruikt, en welke klassen van instelling er zijn.

1. Gelijkstroominstelling van Versterkende Elementen

Versterkende elementen moeten zo worden ingesteld dat ze:

In de praktijk volstaat meestal een voedingsspanning. De benodigde spanningsverschillen worden met weerstanden gerealiseerd.

Herhaling uit hoofdstuk 8:

2. Koppelen van Versterkertrappen

2.1 Waarom koppelen?

Een enkele versterkertrap geeft vaak niet voldoende versterking. Meerdere trappen moeten achter elkaar worden geschakeld. Daarbij moet de gelijkstroom/spanning worden geblokkeerd, zodat de gelijkstroominstelling van de volgende trap niet wordt verstoord. Alleen de wisselspanning (het signaal) mag worden doorgegeven.

2.2 Weerstandskoppeling

Bij weerstandskoppeling wordt het signaal via een condensator doorgegeven. De naam is enigszins misleidend - het eigenlijke koppelelement is de condensator, niet de weerstand.

Examenstof - Weerstandskoppeling:

Ontkoppelcondensatoren: Condensatoren parallel aan emitter- of sourceweerstanden. Ze zorgen ervoor dat de weerstand voor wisselstroom veel lager is, waardoor de versterking toeneemt. Voor gelijkstroom (instelling) blijft de weerstand gewoon werken.

2.3 Transformatorkoppeling

Bij transformatorkoppeling doorloopt het uitgangssignaal de primaire wikkeling van een transformator. De secundaire stuurt de volgende versterkertrap aan.

Kenmerken transformatorkoppeling:

3. Soorten Condensatoren en hun Toepassingen

Condensatoren worden onderscheiden naar hun dielectricum (isolatiemateriaal tussen de platen).

3.1 Luchtcondensatoren

Eigenschap Beschrijving
Dielectricum Lucht
Capaciteit Laag (max. ~500 pF)
Frequentiebereik Zeer goed voor hoge frequenties, nauwelijks verliezen
Instelbaarheid Bijna altijd variabel (draaicondensator)
Toepassing Afstemmen van kringen op bepaalde frequentie
Spanning Grote plaatafstand = hoge spanning mogelijk (>1 kV)
Trimcondensator (trimmer): Kleine variabele condensator bedoeld om eenmalig in te stellen, niet om regelmatig aan te passen. Wordt ingesteld met een speciale trimsleutel.

3.2 Micacondensatoren

Eigenschap Beschrijving
Dielectricum Mica (mineraal, splijtbaar in dunne plaatjes)
Frequentiebereik Goed voor hoge frequenties
Uitvoering Vast of als trimmer
Capaciteit Typisch tientallen tot honderden pF

3.3 Keramische condensatoren

Eigenschap Beschrijving
Dielectricum Keramisch materiaal
Frequentiebereik Meestal goede HF-eigenschappen
Capaciteit Enkele pF tot >100 nF
Nadeel Capaciteit vaak temperatuurafhankelijk
Toepassing HF-schakelingen, ontkoppeling (afvoeren ongewenste HF)
Vorm Meestal plat rond of rechthoekig

3.4 Kunststofcondensatoren

Eigenschap Beschrijving
Dielectricum Kunststof (polystyreen, polycarbonaat, etc.)
Frequentiebereik Tot enkele MHz
Opbouw Opgerold (meer zelfinductie) of gestapeld (beter voor HF)
Capaciteit nF-bereik typisch

3.5 Elektrolytische condensatoren (elco's)

Eigenschap Beschrijving
Capaciteit Zeer hoog (tot duizenden μF)
Frequentiebereik Beperkt tot enkele tientallen kHz
Polariteit Bipolair! Heeft + en - aansluiting
Toepassing Afvlakking in voedingen, koppelcondensator in audioschakelingen
Let op bij elco's: Verkeerd aansluiten (omgekeerde polariteit) of aansluiten op wisselspanning kan leiden tot uiteenspatten, vaak met een luide knal!
Examenstof - Condensatoren samengevat:
Type Capaciteit Frequentie Toepassing
Lucht Laag (pF) Zeer hoog Afstemmen HF-kringen
Mica pF Hoog HF, trimmers
Keramisch pF - nF Hoog HF, ontkoppeling
Kunststof nF Tot MHz Algemeen
Elco Zeer hoog (μF) Laag (kHz) Voeding, audio

4. Klassen van Instelling van Versterkers

Bij versterkers speelt de balans tussen rendement (hoeveel van het gelijkstroomvermogen wordt omgezet in nuttig wisselstroomvermogen) en vervorming (harmonischen). We onderscheiden klassen A, B, C en AB.

Afknijpspanning: De spanning op de ingang waarbij de stroom door het versterkende element stopt. Dit is het referentiepunt voor de verschillende klassen.

4.1 Klasse A

Het ingangssignaal blijft altijd boven het afknijpniveau. De volledige golfvorm wordt versterkt.

Eigenschap Klasse A
Versterkt deel Volledige periode (100%)
Vervorming Minimaal
Rendement Laag: max. ~25%
Toepassing Waar lage vervorming belangrijk is

4.2 Klasse B

Het afknijpniveau ligt precies in het midden van het ingangssignaal. Alleen de positieve helft van de periode wordt versterkt.

Eigenschap Klasse B
Versterkt deel Halve periode (50%)
Vervorming Meer dan klasse A
Rendement Hoger: tot ~40%
Herstel Golfvorm herstelbaar met laagdoorlaatfilter
Balansversterker: Twee klasse B-versterkers samen - een versterkt de positieve helft, de ander de negatieve helft. Daarna worden beide helften samengevoegd.

4.3 Klasse C

Het afknijpniveau ligt hoger, zodat alleen het middelste deel van de positieve halve periode wordt versterkt.

Eigenschap Klasse C
Versterkt deel Minder dan halve periode (<50%)
Vervorming Groot
Rendement Hoogst: tot ~60%
Beperking Niet geschikt voor alle soorten signalen

4.4 Klasse AB

Compromis tussen A en B. Een volledige halve periode wordt versterkt, plus een klein deel van de andere helft. Dit voorkomt vervormingsproblemen rond het afknijpniveau.

Eigenschap Klasse AB
Versterkt deel Iets meer dan halve periode
Vervorming Minder dan klasse B
Rendement Tussen A en B in
Examenstof - Klassen samengevat:
Klasse Versterkt Rendement Vervorming
A Hele periode ≤25% Minimaal
B Halve periode ~40% Meer
C ~60% Meest
AB >Halve periode Tussen A en B Minder dan B

5. Samenvatting

Kernpunten voor het examen: