Hoofdstuk 18: Regels en Procedures

Dit hoofdstuk behandelt de regelgeving, internationale organisaties, procedures en afspraken die gelden voor radiozendamateurs. Kennis hiervan is essentieel voor het examen en voor de praktijk. Zendamateurisme is een wereldwijde hobby waarbij je verbindingen kunt maken met amateurs over de hele wereld. Om dit ordelijk te laten verlopen, zijn er internationale afspraken gemaakt over frequentiegebruik, identificatie en gedragsregels.

18.1 Internationale Organisaties

ITU - International Telecommunication Union

De ITU is een onderdeel van de Verenigde Naties en regelt wereldwijd het radiospectrum. De ITU bestaat sinds de 19e eeuw en heeft inmiddels zo'n 160 aangesloten landen. Voor de amateurdienst zijn twee documenten belangrijk:

De ITU verdeelt de wereld in drie regio's omdat frequentietoewijzingen per regio kunnen verschillen:

RegioGebied
Regio 1Europa, Afrika, Rusland, Midden-Oosten
Regio 2Noord- en Zuid-Amerika
Regio 3Azië (excl. Rusland), Australië, Oceanië
Examenstof: Nederland ligt in ITU Regio 1. Per regio kunnen de toegewezen frequentiebanden verschillen, wat belangrijk is als je met amateurs in andere regio's communiceert.

CEPT - Conference Europeenne des administrations des Postes et Telecommunications

De CEPT is een Europese organisatie met 48 aangesloten landen (situatie 2024) die aanbevelingen doet voor telecommunicatie. De organisatie bestaat sinds 1959 en werd opgericht voor coordinatie tussen postdiensten en telecommunicatiemaatschappijen in Europa. Historisch viel de amateurdienst in Nederland onder het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie (PTT).

Belangrijke aanbevelingen voor zendamateurs:

Ezelsbruggetje: "61-01 = Eerst" - De F-klasse (volwaardig) kwam eerst, dus 01. "61-02 = Twee/Novice" - De N-klasse kwam later, dus 02.

IARU - International Amateur Radio Union

De IARU is de internationale belangenorganisatie van radiozendamateurs en vertegenwoordigt de amateurwereld in de ITU met de status van waarnemer bij regionale en wereldwijde radioconferenties. Per ITU-regio is er een IARU-organisatie. De meeste landen zijn via een nationale amateurvereniging aangesloten bij de IARU.

De IARU stelt bandplannen op: vrijwillige afspraken over welke frequenties voor welke modes worden gebruikt. Deze afspraken zijn bedoeld om onderlinge storing in het amateurverkeer zoveel mogelijk te voorkomen. Hoewel bandplannen formeel de status van aanbeveling hebben, worden ze in de praktijk als verplicht gezien en houden nagenoeg alle amateurs zich eraan.

HAREC - Harmonised Amateur Radio Examination Certificate

HAREC is geen organisatie maar een Europese standaard voor het examenniveau van de volwaardige (F-)klasse. Het programma is in 1991 ingevoerd met als doel de technische examenstof voor zendamateurs in verschillende landen gelijk te trekken. Landen die HAREC-examens afnemen, erkennen elkaars certificaten. Dit betekent dat een amateur die in een aangesloten land geslaagd is, in een ander aangesloten land een volwaardige registratie kan krijgen zonder opnieuw examen te hoeven doen. Het Nederlandse F-examen voldoet aan HAREC.

18.2 Definitie van de Amateurdienst

De officiële definitie staat in ITU Artikel S1.56:

Examenstof - Definitie amateurdienst:
"Een radiodienst van zelfontwikkeling, onderlinge radiogemeenschap en technische onderzoekingen, uitgeoefend door radioamateurs, dat wil zeggen door bevoegde personen die geinteresseerd zijn in de radiotechniek, uitsluitend met een persoonlijk oogmerk en zonder geldelijk belang."

Kernpunten uit deze definitie:

Praktisch: In Nederland is de "vergunning" vervangen door een "registratie". Amateurfrequenties heten daarom vergunningvrij, maar om ze voor zenddoeleinden te mogen gebruiken is registratie verplicht - en voor die registratie moet je eerst voor het examen zijn geslaagd.

18.3 ITU Radio Regulations - Artikel S25

Artikel S25 van de ITU Radio Regulations bevat de regels voor de amateurdienst. De belangrijkste bepalingen:

ArtikelInhoud
25.1Internationale verbindingen tussen amateurs zijn toegestaan, tenzij een land bezwaar maakt
25.2Verbindingen zijn beperkt tot zaken eigen aan de amateurdienst en persoonlijke opmerkingen
25.2AGeheimtaal en versleuteling zijn verboden (uitzondering: satellietbesturing)
25.3Communicatie voor derden alleen bij nood/rampen, als de overheid dit toestaat
25.5Landen bepalen zelf of morse-examen vereist is (in Nederland afgeschaft, maar in sommige andere landen niet)
25.6Landen moeten technische bekwaamheid toetsen (→ examen)
25.7Landen moeten maximaal zendvermogen vastleggen
25.9Roepletters moeten met korte tussenpozen worden vermeld
25.9ALanden worden aangemoedigd noodcommunicatie voor te bereiden (in Nederland: DARES)
25.9BLanden bepalen zelf of buitenlandse amateurs mogen zenden
Belangrijk: "Korte tussenpozen" voor roepletters = in Nederland minimaal elke 5 minuten, plus aan begin en eind van elke uitzending. Dit staat in Artikel 10 van de "Regeling gebruik frequentieruimte met meldingsplicht 2015".

18.4 Nederlandse Roepletters

Prefix-systeem

Nederland heeft de letterserie PAA tot PIZ toegewezen gekregen van de ITU voor het aanduiden met roepletters van Nederlandse radiostations, zoals voor scheepvaart, luchtvaart en radiozendamateurs. Voor de amateurdienst wordt PA t/m PI gebruikt, gevolgd door een cijfer.

PrefixBetekenis
PA, PB, PC, PE, PF, PG, PHIndividuele amateurs (F-registratie)
PDNovice-klasse (N-registratie)
PIClubs, verenigingen, specifieke experimenten en onderwijsinstellingen
PJCaraibisch Nederland
Examenstof: PD = Novice. Als je een PD-call hoort, weet je dat het een Novice-amateur is.

Cijfers in de prefix

Suffix

Na de prefix volgt een suffix van 1, 2 of 3 letters. Alleen voor bijzondere evenementen kunnen tijdelijk langere suffixen worden gebruikt. Voorbeelden: PA3ABC, PD0XYZ, PE1AB.

Uitgesloten combinaties:

Prefix en suffix achter elkaar vormen de roepletters (onder zendamateurs de "call" genoemd). PE1ABC is een geldige call, maar PE1QTH zul je door de uitsluitingen nooit tegenkomen.

Buitenlandse amateurs in Nederland

Buitenlandse amateurs met een CEPT-vergunning gebruiken hun eigen roepletters, voorafgegaan door:

18.5 Q-codes

Q-codes zijn internationale afkortingen die oorspronkelijk voor morse zijn ontwikkeld. Het nut van deze afkortingen is dat veel voorkomende soorten informatie met weinig lettertekens kunnen worden overgebracht. De codes hebben internationale status omdat ze onder ITU-afspraken vallen. Ze worden ook in spraakverbindingen gebruikt. Een Q-code heeft altijd 3 letters waarvan de eerste steeds een Q is. De codes QRA t/m QUZ zijn internationaal gestandaardiseerd voor de Amateurdienst.

Vraag of antwoord: Q-codes kunnen als vraag of als antwoord worden gebruikt. Is het een vraag, dan moet er een vraagteken achter de code. Bij een antwoord of bevestiging juist niet. Voorbeeld: "QTH?" betekent "wat is je positie?" - "QTH Zwolle" betekent: "ik ben in Zwolle".
Examenstof - Ken deze Q-codes:
Q-codeAls vraagAls antwoord/mededeling
QRKHoe is mijn leesbaarheid?Je leesbaarheid is... (1-5)
QRMHeb je last van storing?Ik heb last van storing (van andere stations)
QRNHeb je last van ruis?Ik heb last van ruis (atmosferisch)
QROMoet ik vermogen verhogen?Verhoog je vermogen
QRPMoet ik vermogen verlagen?Verlaag je vermogen / Ik zend met laag vermogen
QRTMoet ik stoppen met zenden?Stop met zenden / Ik stop
QRVBen je gereed?Ik ben gereed
QRXWanneer roep je terug?Ik roep je terug om... uur
QRZWie roept mij?Je wordt geroepen door...
QSBVarieert mijn signaal?Je signaal varieert (fading)
QSLKun je bevestigen?Ik bevestig / QSL-kaart
QSOKun je verbinding maken?Verbinding / Contact
QSYMoet ik van frequentie wisselen?Wissel naar frequentie...
QTHWat is je locatie?Mijn locatie is...
Ezelsbruggetjes:

In spraakverbindingen krijgen Q-codes soms een andere grammaticale functie, meestal als zelfstandig naamwoord. Voorbeelden: "Ik ontvang je met QRM"; "Ik werk met QRP" (klein vermogen); "Ik ga QRT" (ik stop ermee); "Heb je met dat station een QSO gemaakt?"

18.6 Amateur-afkortingen

Naast Q-codes zijn er afkortingen die specifiek in de amateurdienst worden gebruikt. Deze amateurafkortingen hebben een vergelijkbare functie als Q-codes: een station kan snel iets duidelijk maken zonder lange woorden. Het verschil is dat ze niet in internationale overeenkomsten zijn vastgelegd. Ze komen grotendeels uit de morse-telegrafie en worden ook gebruikt in digitale tekstverbindingen.

AfkortingBetekenis
AREinde van de uitzending (Au revoir, Frans voor: tot ziens)
BKBreak / Onderbreking (voor tussendoor reageren)
CQAlgemene oproep ("Seek You" - klinkt in het Engels als "seek you")
CWContinuous Wave (morse) - ongemoduleerde draaggolf
DE"Van" (dit is roepletters...) - Frans woord "de" wat "van" betekent. Let op: gebruik als Nederlands lidwoord ("de PA7XYZ") is onjuist.
KUitnodiging tot zenden ("Kom")
RSTSeinrapport (Readability, Strength, Tone)
SKEinde van verbinding / Silent Key (wordt ook gebruikt om het overlijden van een amateur aan te geven)
TXZender (Transmitter)
RXOntvanger (Receiver)
TRXZendontvanger (Transceiver)

18.7 RST-rapport

Het RST-systeem wordt gebruikt om de kwaliteit van een signaal te rapporteren. Bij elke verbinding hoort een uitwisseling van ontvangstrapporten. Bij een "toontjesverbinding" zoals CW, RTTY of PSK is dat een RST-rapport. Voor spraakverbindingen vervalt de T en bestaat een ontvangstrapport uit twee cijfers (RS).

R - Readability (Leesbaarheid)

RBetekenis
1Onleesbaar (onneembaar)
2Nauwelijks leesbaar (nu en dan neembaar)
3Moeilijk leesbaar (met moeite neembaar)
4Leesbaar met enige moeite (neembaar)
5Perfect leesbaar (uitstekend neembaar)

S - Signal strength (Signaalsterkte)

SBetekenis
1Nauwelijks waarneembaar
2-3Zeer zwak
4-5Zwak tot vrij goed
6-7Goed tot tamelijk sterk
8Sterk
9Zeer sterk

T - Tone (alleen voor morse)

De T-waarde (1-9) geeft de kwaliteit van de morsetoon aan. T9 is een zuivere, strakke toon, lagere waarden geven brommen, fluiten of vervorming aan. T1 is een zeer ruwe en sissende toon.

Examenstof: Een rapport van 59 (spraak) of 599 (morse) is uitstekend: perfect leesbaar en zeer sterk signaal met zuivere toon.
Praktijk tip: Geef eerlijke rapporten! Geef geen 59 als een tegenstation nauwelijks te verstaan is. Lees voor het geven van een S-rapport je S-meter af, ook al zijn die dingen zelden echt precies.

18.8 Internationaal Spellingsalfabet

Om verwarring te voorkomen gebruiken amateurs het ICAO/NATO spellingsalfabet. Het Nederlandse spellingsalfabet (Anna, Bernard, Cornelis, Dirk, enz.) is internationaal onbruikbaar - dat geldt voor alle nationale spellingsalfabetten. Daarom wordt bij spraakverbindingen wereldwijd gebruik gemaakt van het internationale spellingsalfabet:

A - Alfa B - Bravo C - Charlie D - Delta
E - Echo F - Foxtrot G - Golf H - Hotel
I - India J - Juliet K - Kilo L - Lima
M - Mike N - November O - Oscar P - Papa
Q - Quebec R - Romeo S - Sierra T - Tango
U - Uniform V - Victor W - Whiskey X - X-ray
Y - Yankee Z - Zulu
Uitspraaktip: Sommige woorden worden anders uitgesproken: Echo als "Ekko", Uniform als "Joeniform", Zulu als "Zoeloe".

18.9 Noodsignalen

Noodsignalen - Ken deze!

Bij ontvangst van een noodsignaal: stop andere communicatie, stoor in geen geval lopend noodverkeer, en bied indien mogelijk hulp. Informeer indien nodig de bevoegde instanties (zoals 112) en geef zoveel mogelijk opgevangen informatie door.

Let op: Het uitzenden of heruitzenden van valse noodsignalen is verboden en strafbaar!

18.10 UTC en Tijdzones

In de amateurdienst wordt UTC (Coordinated Universal Time) gebruikt. Dit voorkomt verwarring over tijdzones bij internationale verbindingen. UTC heet in militair jargon ook wel ZULU time en is praktisch gesproken gelijk aan het oudere GMT (Greenwich Mean Time).

Examenstof:

Voorbeeld: 14:00 UTC = 15:00 Nederlandse wintertijd = 16:00 Nederlandse zomertijd

18.11 Klassen van Uitzending (KVU)

Elke uitzending wordt aangeduid met een klasse van uitzending (ook wel emissiesoort of in het Engels: Class Of Emission, afgekort COE). Dit is een internationaal afgesproken code voor de modulatievorm (FM, AM, enz.) en de technische aard van het modulerende signaal (spraak, data, enz). De code bestaat uit drie tekens: een letter, een cijfer en weer een letter.

Je vindt KVU in officiele documenten. Zendamateurs gebruiken ze onderling nauwelijks - men gebruikt meestal een omschrijving in woorden.

Eerste teken: Type modulatie

LetterBetekenis
NOngemoduleerde draaggolf (1 frequentie, niets meer)
AAmplitudemodulatie, inclusief CW (dubbelzijband AM)
JEnkelzijband, onderdrukte draaggolf (SSB - de "normale" amateur-EZB)
FFrequentiemodulatie (FM) - veel gebruikt voor spraak, packet radio, fax, RTTY
GFasemodulatie (PM) - lijkt sterk op FM

Tweede teken: Type signaal

CijferBetekenis
0Geen modulerend signaal (kale draaggolf)
1Digitaal, een kanaal, geen hulpdraaggolf (morse, FSK rechtstreeks)
2Digitaal, een kanaal, met hulpdraaggolf (bijv. AFSK)
3Analoog, een kanaal (spraak, muziek, video)
Wat is een hulpdraaggolf? Als je via een spraakzender digitale signalen wilt uitzenden (bijv. RTTY), moet het signaal geschikt worden gemaakt. Het digitale signaal wordt dan eerst gemoduleerd op een laagfrequente toon (de hulpdraaggolf), die vervolgens de zender moduleert. Dit heet bijvoorbeeld AFSK (Audio Frequency Shift Keying).

Derde teken: Type informatie

LetterBetekenis
NGeen informatie
AMorse (handmatig)
BTelegrafie voor automatische ontvangst (RTTY)
CFacsimile (fax) / SSTV
DData / telemetrie
ETelefonie (spraak)
FVideo (televisie)
Examenstof - Veelvoorkomende klassen van uitzending:
KVUBetekenisToepassing
A1AAM, morse, geen hulpdraaggolfCW (morse) - draaggolf aan/uit
A3EAM, analoog, spraakAM-telefonie
J3ESSB, analoog, spraakSSB-telefonie
F3EFM, analoog, spraakFM-telefonie
G3EPM, analoog, spraakPM-telefonie
F1BFM, digitaal, telegrafieRTTY via FM (FSK)
F1DFM, digitaal, dataPacket radio
F2CFM, digitaal met hulpdraaggolf, faxSSTV via FM
Ezelsbruggetje: J3E = "Just Single sideband, 3=analog, E=spraak (Engels: voice/telephonE)"

18.12 Zijbandkeuze (LSB/USB)

Bij SSB (enkelzijband) moet je de juiste zijband kiezen. Dit is een internationale conventie die amateurs aanhouden om elkaar niet te storen:

Examenstof - Zijbandconventie:
Ezelsbruggetje: "Lage frequentie = Laag = LSB" of "Onder de 10 = Onder = Lower"

18.13 Frequentiegebruik en Status

Status van frequentiebanden

Frequentiebanden kunnen verschillende statussen hebben:

StatusBetekenis
PrimairDe amateurdienst heeft voorrang op deze frequentie
SecundairDe amateurdienst moet wijken voor primaire gebruikers en mag geen storing veroorzaken
NIB (Niet-Interferentie Basis)Mag geen storing veroorzaken aan andere diensten

Frequenties voor N-registratie

Examenstof - N-frequenties en maximaal vermogen:
BandFrequentiesMax. vermogenStatus
40 meter (HF)7,0 - 7,2 MHz100 WPrimair
20 meter (HF)14,0 - 14,35 MHz100 WPrimair
10 meter (HF)28,0 - 29,7 MHz100 WPrimair
2 meter (VHF)144 - 146 MHz25 WPrimair
70 cm (UHF)430 - 436 MHz25 WPrimair
70 cm (UHF)436 - 438 MHz25 WSecundair
Let op: Het vermogen is het zendvermogen (PEP - Peak Envelope Power), niet het vermogen aan de antenne. Pas zoveel mogelijk het zendvermogen aan de omstandigheden aan - 100 W is zinloos als je tegenstation om de hoek zit, en kan andere gebruikers van dezelfde band onnodig storen.

Bandplannen

Binnen de toegewezen frequentiebanden gelden bandplannen van de IARU. Dit zijn vrijwillige afspraken over welke modes op welke frequenties worden gebruikt. Bijvoorbeeld: het onderste deel van een band voor CW, daarboven voor digitale modes, en het bovenste deel voor SSB-spraak. Amateurfrequenties zijn nooit prive-eigendom, ook niet van groepen amateurs - stoor dus geen lopende verbindingen.

18.14 Regels uit de Nederlandse Regelgeving

De belangrijkste Nederlandse regelgeving voor amateurs is de "Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015". Enkele belangrijke bepalingen:

Artikel 10 - Verplichtingen

Storingsproblemen

Storingsproblemen zullen niet dagelijks optreden, maar vroeg of laat loopt vrijwel elke zendamateur er tegenaan. Dit vraagt niet alleen technische kennis en inzicht, maar ook sociale vaardigheid. De omgeving kijkt vaak anders tegen de zendhobby aan dan de amateur zelf. Word nooit boos en probeer in redelijk overleg tot een oplossing te komen. Controleer altijd op een voor de klager duidelijke manier of een storing wel of niet bij jou vandaan komt.

Gebruik bij experimenten waarbij de zender moet aanstaan, maar het niet de bedoeling is dat er een verbinding wordt gemaakt, een kunstantenne (dummyload), zodat er geen onnodig signaal wordt uitgestraald.

Toezicht

Toezicht op de amateurdienst wordt gehouden door de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI, voorheen Agentschap Telecom), onderdeel van het ministerie van Economische Zaken.

18.15 Samenvatting

Kernpunten Hoofdstuk 18: